
Ik kwam in Andalusië aan met het idee een paar weken zon te pakken. Dat werden er bijna twee maanden. Het ritme hier is zacht. Ochtenden starten langzaam op. Middagen worden warm. Avonden brengen iedereen weer naar buiten.
Ik vond een fijne plek net buiten een dorp waar ik me snel thuis voelde. Elke ochtend liep ik naar de bakker. María stond er bijna altijd. Ze herkende me na drie dagen en vroeg op de vierde al hoe lang ik bleef. Ik gaf een vaag antwoord. Zij lachte alsof ze het echte antwoord al wist.
Tussen wandelen en werken door merkte ik dat overwinteren niet gaat over ontsnappen aan kou. Het gaat over het kiezen van rust. Ik werkte een paar uur per dag, maakte daarna lunch in de zon en reed soms naar een nieuwe plek zonder druk. Granada, Ronda, de kust. Alles voelde dichtbij. Niets voelde verplicht.
Wat Andalusië me gaf, was een stille stabiliteit. De camper werd niet alleen een vervoermiddel, maar echt een thuis. Toen ik uiteindelijk wegreed, voelde het alsof ik een kleine routine achterliet die ik graag nog eens terugvind.
