Langs de Atlantische kust van Portugal

Portugal
Langs de Portugese westkust vertraagde alles vanzelf. Dagen werden bepaald door licht, wind en zee.
7
minuten leestijd

Ik kwam Portugal binnen zonder echt plan. Het was laat in de middag, het licht stond laag en de lucht rook naar zout. De eerste nacht belandde ik boven op een klif, zo’n plek waar de weg vanzelf ophoudt en je camper ineens een uitkijkpost wordt. De wind trok aan de carrosserie en beneden beukte de Atlantische Oceaan tegen de rotsen. Binnen was het warm, stil en onverwacht huiselijk. De dagen erna reed ik steeds minder kilometers. Soms zette ik de motor al uit na twintig minuten omdat het uitzicht simpelweg klopte. Ik haalde brood in dorpen die nog sliepen, dronk koffie uit een emaillen mok en keek hoe surfers één voor één het water in liepen. Portugal liet me voelen dat je geen schema nodig hebt om “ver” te reizen. Het landschap doet het werk; jij hoeft alleen te vertragen. Op een avond raakte ik aan de praat met Miguel, een lokale surfer die zijn busje naast mijn camper parkeerde. We spraken half Engels, half met handen en voeten. Hij wees naar een zandpad en zei: ‘Ga morgenochtend vroeg daarheen, dan heb je het voor jezelf.’ Ik volgde het pad nog voor zonsopgang. De wereld was grijsblauw, de oceaan ademde rustig en ik voelde me op precies de juiste plek. Wat me bijblijft is het simpele ritme: rijden, stoppen, kijken, koken, slapen. Geen to-do’s, geen haast. Portugal was niet alleen een route langs de kust; het was een reset. Alsof iemand het volume van alles omlaag draaide, tot alleen het noodzakelijke overbleef.

Advertenties